De opleiding is opgebouwd rondom zogenaamde integrale toetsen, waarin je toetst of je de vaardigheden voldoende onder de knie hebt. Ieder semester duurt een half jaar en wordt afgesloten met een integrale toets. In zo'n toets laat je zien dat je bijvoorbeeld een gesprekje met een leerling kunt voeren of een theologisch en didactisch verantwoorde lessenserie kunt geven. Naast de competentietoetsen krijg je tentamens van vakken zoals geloofsleer, psychologie, Oude en Nieuwe Testament. Het eerste jaar kun je de GL en GPW-opleiding eventueel combineren.
Tijdens de opleiding zijn er de volgende praktijkervaringen:
Jaar 1 (semester 1 en 2)
In het eerste jaar voltijd is er een stage van acht weken waarin je kunt ontdekken of het docentschap iets voor jou is.
Jaar 2 (semester 3 en 4)
Het tweede jaar bevat een lintstage van één dag per week. Je bent dan een soort 'assistent-docent'. Dit houdt in dat je naast lesgeven bij allerlei andere zaken op school helpt, bijvoorbeeld het voorbereiden van een viering, het bouwen van een website voor het vak of het maken van een pestprotocol.
Jaar 3 (semester 5 en 6)
Het derde jaar is de Leraar In Opleiding-stage. Je laat daarin zien, dat je de basis van het vak beheerst. Je kunt als basisdocent in een school functioneren. In de tweede helft van het derde jaar is er een specialisatie richting de minorgodsdienst of levensbeschowuing. Binnen deze schoolsoort vindt de stage ook plaats.
Jaar 4 (semester 7 en 8)
In jaar vier kun je naast colleges en verbredingsminoren je richten op het afstuderen. Dit afstuderen doe je door een praktijkproject. In dit project laat je zien, dat je als docent ook meer kunt dan alleen les geven. Je afstudeerproject kan plaatsvinden binnen een school rondom een thema, bijvoorbeeld ‘veiligheid’, maar mag ook bij een christelijke organisatie ten dienste van het onderwijs of in het buitenland.
|