Home CHE
Home ICB | Contact | Transfer Sociale Studies



      


 
 

Kenniscentrum Sociale Studies

Om daadwerkelijk vorm te kunnen geven aan de doelen van het Instituut Contextuele Benadering inzake het doen van onderzoek en het werken aan ontwikkeling van de contextuele benadering, zal intensief samengewerkt worden met het Kenniscentrum Sociale Studies en meer in het bijzonder met het Lectoraat Jeugd en Gezin:  

Lectoraat Jeugd en Gezin
Momenteel wordt nog hard gewerkt aan de ontwikkekling van het Lectoraat Jeugd en Gezin. Juist dit Lectoraat is van belang voor het Instituut Contextuele Benadering, aangezien het zich gaat richten op thema’s rond gezin opvoeding, partnerrelatie, ouder-kindrelatie en alle andere thema’s die voor de onderwerpen jeugd en gezin van belang kunnen zijn. Hieronder volgt korte informatie over dit lectoraat: 

Waarom deze focus?
De Academie voor Sociale Studies heeft hoog ingezet door een Lectoraat Jeugd en Gezin te gaan ontwikkelen. Hieronder volgen enkele argumenten die aan deze beslissign ten grondslag hebben gelegen:
  • Deze focus heeft uiteraard te maken met de keuze van de CHE voor het omarmen van het contextuele denken als gedachtengoed dat het verdient verder ontwikkeld, geprofileerd en onderbouwd te worden. Een focus op Jeugd en Gezin biedt het kader waarbinnen dat past.
  • Het thema relatie en gezin staat in onze samenleving van vandaag in de aandacht. Na een langdurig proces van modernisering en daarmee samenhangende individualisering is het belang van instituties als het gezin en de familie wat in vergetelheid geraakt. Er wordt veel nagedacht over opvoeding en ontwikkeling van kinderen en er wordt veel aandacht besteed aan de plaats van jongeren in onze samenleving, niet in de minste plaats vanwege een aantal grote incidenten.
  • Binnen de hulpverlening is sinds de jaren 50 veel aandacht voor de vraag hoe mensen zich tot elkaar verhouden en wat mensen daarin van elkaar nodig hebben of voor elkaar kunnen betekenen. Het begrippenpaar relatie en gezin verwijst daarnaar en het biedt het Lectoraat Jeugd en Gezin een focus op een centraal thema in de wereld van hulpverlening.
  • De CHE wil onderscheidend zijn op het gebied van levensbeschouwing. Niet om daar vanuit direct stil te willen staan bij de spiritualiteit van de hulpverlener, maar om onderzoek te doen naar de praktijk van de hulpverlening zelf. Het Lectoraat Jeugd en Gezin wil haar bijdrage leveren in het debat over goede hulpverlening.

Onderzoekslijnen 
Het Lectoraat Jeugd en Gezin heeft bij haar oprichting de volgende onderzoekslijnen geformuleerd:

  1. Waarden en zingeving in relaties: Hoe worden, bij zowel cliënten als hulpverleners, waarden en zingeving gehanteerd in de taxatie van (relatie) problemen en het werken aan de problematiek. Onderzocht wordt tevens hoe deze waarden bespreekbaar worden gemaakt in de hulpverlening door zowel de cliënt als de hulpverlener en in hoeverre deze als stimulerend dan wel beknellend worden ervaren voor het hulpverleningsproces. 
  2. Effectonderzoek naar systemische benaderingen: Nauwgezette analyses van hulpverleningsprocessen vanuit bepaalde systemische benaderingen bij relatieproblemen dan wel opvoedingsproblemen, op basis van interviews, videoregistraties en rapportages. Nader onderzoek naar de contextuele benadering zal hier uiteraard een belangrijke plaats in krijgen.
  3. Jeugdzorg en scheiding: Scheiding van ouders ligt soms ten grondslag aan of begeleidt jeugdproblematiek. In veel gevallen betekent dit dat de verwerking of hantering van de scheiding ook een rol speelt in de hulpverlening aan de jongeren. Onderzocht wordt wat hierin best practices zijn, welke protocollen op dit punt te ontwikkelen zijn en over welke competenties een jeugdhulpverlener dient te beschikken.
  4. Ouders, groepsleiders en kinderen: In de jeugdhulpverlening neemt de groepsleider in leefgroepen noodgedwongen de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding van het kind over. Het is duidelijk dat deze niet de rol van ouder over kan nemen. Over het functioneren in deze driehoek is al veel gepubliceerd, maar vooral in conceptuele zin. In dit deelonderzoek worden vooral beroepspraktijken onderzocht en gaat het vooral om het operationaliseren van dit concept. Het onderzoek moet duidelijkheid geven over de vereiste competenties, inzicht bieden in best practices en richtlijnen voor het beleid van instellingen opleveren.
  5. Samengestelde gezinnen: Samengestelde gezinnen lopen een grotere kans op echtscheiding. Daarnaast ontstaan er meer problematische opvoedingssituaties. Onderzoek naar oorzaken, best en bad practices en evaluatie van bestaand onderzoeksmateriaal moet hier resulteren in een preventiebenadering van deze problematiek.
  6. Gezinnen met langdurige zorgsituaties: Gezinnen waar één van de kinderen dan wel één van de ouders langdurig zorg vraagt en niet in staat is tot de gewenste vervulling van taken en verantwoordelijkheden, ontwikkelen een eigen gezinscultuur en gezinspraktijk op. Hulpverleners hebben veelal te maken met het hulpvragende lid van het gezin. Op welke wijze dient en kan het overige deel van het systeem betrokken worden in de hulpverlening aan de hulpvragen uit het gezin? Hoe voorkom je olievlekwerking van de problematiek?
Netwerk en samenwerking
Het Kenniscentrum Relatie en Gezin zal nauw samenwerken met, en bevindt zich daarom in een netwerk van:
 
1. Overheid
Het beleid van de minister van Gezinszaken biedt veel aanknopingspunten voor het uit te voeren onderzoek. Onderzoek kan zowel aansluiten bij het beleid als er informatie voor opleveren. Daarbij zal ook samenwerking gezocht moeten worden met uitvoerende overheden als provincie (jeugdzorg) en gemeente (WMO).
 
2. Praktijkinstellingen
Veel onderzoek dient plaats te vinden in praktijkinstellingen. Dit vraag om commitment van deze instellingen en het onderzoek zal alleen daarom al ook praktijkgericht en praktijkrelevant dienen te zijn. Wellicht is het ook mogelijk onderzoek te laten doen dat aansluit bij de methodiekontwikkeling van instellingen of koepels van instellingen.
 
3. Onderzoeksinstituten
Er is een keur van onderzoeksinstituten op dit gebied:
  • Equality. Voortgekomen uit de gezinsraad is dit een belangrijk onderzoeksinstituut voor de overheid. Werkt ook samen met SCP
  • Universitair is in Nijmegen een instituut voor Gezin en relaties, waar onder meer prof. Dr. J.R.M. Gerris aan verbonden is. 
  • Movisie beweegt zich vooral op het terrein van Social Work. Van belang voor praktijkonderzoek
  • Voor wat betreft de contextuele benadering liggen er contacten met Dr. H. Meulink-Korf en prof. Dr G. de Kruiijf van de theologische faculteit Leiden. In het theologisch ethiek-genootschap wordt ook onderzoek gedaan naar het gezin.        
  • Er liggen goede contacten met Terry Hargrave, Contextual therapist en Professor of Marriage and Family Therapy, Fuller Theological Seminary, Pasadena USA.

4.    Andere kenniscentra en lectoraten binnen en buiten de CHE.